Emma Coles van Voeding Leeft over de weg naar financiering: “Wij willen dat leefstijlprogramma’s voor iedereen toegankelijk zijn”

Geplaatst op:

03-03-2026

Leestijd 5 - 6 minuten

Geschreven door: Coalitie Leefstijl in de Zorg

Dit bericht delen op:

Leefstijl krijgt een steeds belangrijkere plek in de zorg. Toch ervaren veel zorgprofessionals dat het in de praktijk lastig blijft om leefstijl structureel te bespreken met patiënten. Ook voor leefstijlinterventie‑eigenaren is het vaak een uitdaging om interventies duurzaam te implementeren in de zorg. Hoewel er al veel mogelijkheden zijn zonder structurele bekostiging, vormt financiering in de praktijk nog regelmatig een knelpunt. Met de vernieuwde gidswebsite van de Coalitie Leefstijl in de Zorg bieden we informatie en concrete stappen voor zorgprofessionals en interventie-eigenaren over het proces richting (structurele) bekostiging, binnen en buiten de Zorgverzekeringswet.

Als directeur van organisatie Voeding Leeft hield Emma Coles zich jarenlang bezig met het financieren van hun leefstijlinterventie Keer Diabetes2 Om. Hun filosofie is duidelijk: leefstijlzorg mag geen luxeproduct zijn. De programma’s van Voeding Leeft moeten beschikbaar zijn voor iedereen die ze nodig heeft. Maar bereik je dat in een zorgsysteem waarin nieuwe interventies niet vanzelf een plek krijgen in het basispakket? “We ontwikkelen onze programma’s om patiënten te helpen, maar ook om een voorbeeld te zijn voor de zorg, zodat iedereen ziet wat leefstijl kan doen.”

“Bij Voeding Leeft ontwikkelen we leefstijlprogramma’s. Wij willen niet alleen chique programma’s maken voor mensen met geld, ons doel is om ze toegankelijk te maken voor iedereen. En als je dat wilt bereiken, moet je het hele financieringstraject door”, vertelt Coles, die bij Voeding Leeft niet alleen werkt als directeur, maar ook als leefstijlcoach. “We vinden het belangrijk om zelf met deelnemers te werken. We willen horen wat werkt en wat niet werkt.”

Voeding Leeft biedt meerdere leefstijlinterventies aan. Naast Keer Diabetes2 Om hebben ze onder andere programma’s ontwikkeld voor MS- en reumapatiënten en een programma voor mensen die herstellende zijn van kanker. Op dit moment is alleen de diabetesinterventie vergoed vanuit de Zorgverzekeringswet. “We zijn met die interventie begonnen, omdat diabetes heel goed meetbaar is.” Als ze dit vertelt, laat Coles zien dat ze vandaag zelf een bloedglucosemeter op haar arm draagt. “Ik vind het leuk om het af en toe te testen”, zegt ze lachend. “En ik vind het ook goed om daar zelf ervaring in te hebben. Dat je – als je iets vraagt van iemand – zelf weet hoe het is.”

Van één-op-één naar een groepsaanpak

De eerste pilots van Keer Diabetes2 Om startten ruim twaalf jaar geleden. Coles: “Onze lead diëtist Connie Hoek en lead verpleegkundige Nicole de Groot werkten één op één met patiënten in de praktijk. Zij dachten: dit moet je in groepsverband doen. Een-op-een werkt, maar is niet het meest efficiënt. Er zit juist kracht in dingen samen doen.” Via internist Hanno Pijl van het LUMC kwam de verbinding met Voeding Leeft tot stand. “Zo zijn we samengebracht. De eerste patiënten zijn begonnen in 2014.”

De aanpak van de leefstijlprogramma’s van Voeding Leeft richt zich niet alleen op voeding, maar dit is wel altijd het startpunt, vertelt Coles: “Wij ontwikkelen leefstijlprogramma’s voor mensen met chronische ziektes. We zijn begonnen met voeding, maar kijken breder naar andere leefstijlaspecten: stress, slaap en beweging. Toch is voor veel mensen voeding de sleutel. Als je je voeding aanpast, krijg je vaak meer energie en minder energiedips. Daarna kun je aan die andere pijlers werken. Met name bij diabetes type 2 is voeding heel belangrijk.”

Leefstijl met een medisch component

Wat Keer Diabetes2 Om onderscheidt van veel andere leefstijlinterventies, is de nauwe medische begeleiding. Coles: “Onze interventie heeft een medisch component, omdat wij medicatie afbouwen. Als mensen veel insuline gebruiken en hun voedingspatroon veranderen, kan dat gevaarlijk zijn. Mensen kunnen hypo’s krijgen en in het ergste geval in coma raken. Dus je moet ze medisch begeleiden.”

Die combinatie van leefstijl en medische zorg zorgde voor discussie in het bekostigingstraject. In eerste instantie werd het programma gezien als een reguliere Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI), maar daar paste de medische begeleiding niet goed in. Er ontstond een impasse in de gesprekken met Zorginstituut Nederland (ZIN). “Op een gegeven moment zeiden we: we willen hier een medische discussie over. Tot dat moment spraken we met mensen zonder medische achtergrond. We hebben toen gevraagd of onze artsen en hun medisch adviseurs konden aanhaken. Dat is gebeurd en dat was echt een doorbraak”, vertelt Coles. “Die mensen begrepen elkaar. Dus toen hebben we een protocol opgesteld: een deel van de patiënten zit meer aan de preventiekant. En dan is er het deel complexere patiënten, die aan de medicatie zitten en daar medische begeleiding bij nodig hebben. Zo hebben we de doelgroepen toen gesplitst. Zorginstituut Nederland oordeelde toen: het is nog steeds een Gecombineerde Leefstijlinterventie, maar een technische variant. En daar kan je weer extra vergoeding voor krijgen.”

Zonder gidswebsite

De weg naar structurele bekostiging begon niet bij het ZIN, maar bij de zorgverzekeraar. “Dit soort projecten beginnen vaak met innovatiefondsen”, vertelt Coles daarover. “Op de gidswebsite van de Coalitie Leefstijl in de Zorg staat daar ook meer informatie over. In 2017 wonnen we de Zinnige Zorg Award van VGZ; zij hebben toen de kosten voor tweeduizend patiënten gefinancierd. Daarna kregen we financiering van andere verzekeraars, ook uit innovatiepotjes. Maar uiteindelijk wil je van innovatie naar basispakket gaan, of een andere structurele manier van financiering. Toen wij dat traject wilden starten, was er nog geen gidswebsite. De weg was niet bekend. Niemand wist precies wat je moest doen.”

Leren door te doen

Gaandeweg werd duidelijk wat nodig was om verder te komen. Een belangrijk moment was het splitsen van de doelgroepen. Daarna volgde het traject bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), waar onder meer financiële onderbouwing nodig was. Coles: “Voor de NZa moesten we al onze financiële informatie delen: jaarrekeningen, details, facturatie. Alles. Normaal gesproken willen ze bij het opstellen van prestatiecodes meerdere aanbieders vergelijken, maar dit was een N=1-situatie. Er was maar één aanbieder.”

Het hele proces nam jaren in beslag, vertelt Coles: “Het duurde bijna vijf jaar vanaf mijn eerste gesprek met ZIN tot het helemaal rond was. We zijn heel lang bezig geweest om die informatie te verzamelen en te delen, en om al hun vragen te beantwoorden. Je moet alles in kaart brengen. We moesten uitzoeken hoeveel uren onze verpleegkundigen aan het onderwerp kwijt waren, hoe vaak er met patiënten is gebeld, hoelang die gesprekken duurden… Ik begrijp dat het een ingewikkeld proces is en ik snap dat het tijd kost. Ik snap dat het nodig is om zorgvuldig te zijn. Maar het was soms toch best frustrerend.”

Meerdere programma’s

Inmiddels wordt het programma Keer Diabetes2 Om structureel bekostigd vanuit de Zorgverzekeringswet, ook het gedeelte met de medische component. Maar voor andere aandoeningen geldt dat nog niet. Coles: “We hebben gezien dat een ander voedingspatroon en leefstijl ook kunnen werken bij MS en reuma. Wat je nodig hebt, hangt af van de ziekte. Daarom maken we verschillende programma’s. Maar het enige dat nu in het basispakket zit, is voor diabetes.” Voor de andere programma’s gebruikt Voeding Leeft nu nog alternatieve manieren van financieren, bijvoorbeeld via fondsen, belangenorganisaties of een eigen bijdrage van de patiënten. Toch is het uiteindelijke doel om ook deze interventies in het basispakket te krijgen.

Tips voor anderen

Terugkijkend op het traject heeft Coles veel geleerd. Die lessen wil ze graag delen met iedereen die een leefstijlinterventie wil opschalen richting structurele bekostiging. “Ga niet te ver door met ontwikkelen voordat je in gesprek bent met verzekeraars en stakeholders”, vertelt ze. “Wij hadden vanaf het begin een stakeholdergroep. Zorg dat je weet wie de relevante stakeholders zijn en betrek ze vroeg. Toets de behoefte en check of er al iets soortgelijks bestaat. Zoek de samenwerking op als het kan en vind een partner. Dat is beter dan alles zelf ontwikkelen; we hoeven het wiel niet opnieuw uit te vinden als het niet nodig is.”

Het verhaal van Voeding Leeft laat zien dat de route naar een plek in het basispakket ingewikkeld kan zijn, maar niet onbegaanbaar. Juist door kennis te delen over wat wel en niet werkt, wordt die weg voor anderen steeds beter zichtbaar. Tot slot kijkt Coles verder dan het bekostigingstraject alleen: “Ik zou het fijn vinden als wij minder patiënten zouden hebben. En voeding is daarin zo belangrijk. Er is altijd een genetische factor, dus er zullen altijd mensen zijn die ziek zijn en baat hebben bij onze interventie. Maar gezonde voeding is ook een grote factor, en een gezondere voedselomgeving zou daaraan bijdragen. Dus fix die voedselomgeving. Bijvoorbeeld door actie te ondernemen tegen ongezonde promoties en kindermarketing. Dat zou echt al een groot deel van het probleem op kunnen lossen.”

Wil je meer weten over de bekostiging van leefstijlinterventies? Of ben je benieuwd naar hoe je leefstijl zelf laagdrempelig kunt toepassen? Onze vernieuwde gidswebsite geeft een helder beeld van de routes die je kunt afleggen om tot structurele financiering te komen. Ook vind je er handige tips en informatie waarmee je zelf direct aan de slag kunt.

Lees meer over:

Gericht op actie

Betrokken partijen

De Coalitie Leefstijl in de Zorg bestaat uit een groeiende verzameling van partijen die actief zijn in en om de zorg, in beleid, op het terrein van wetenschap en innovatie of op een andere manier betrokken zijn bij leefstijl in de zorg.