Leefstijl krijgt een steeds belangrijkere plek in de zorg. Toch ervaren veel zorgprofessionals dat het in de praktijk lastig blijft om leefstijl structureel te bespreken met patiënten. Ook voor leefstijlinterventie‑eigenaren is het vaak een uitdaging om hun interventies duurzaam te implementeren in de zorg. Hoewel er al veel mogelijkheden zijn zonder structurele bekostiging, vormt financiering in de praktijk nog regelmatig een knelpunt. Met de vernieuwde gidswebsite van de Coalitie Leefstijl in de Zorg bieden we informatie en concrete stappen voor zorgprofessionals en interventie-eigenaren over het proces richting (structurele) bekostiging, binnen en buiten de Zorgverzekeringswet.
Leefstijlprogramma’s zoals de Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI) zijn een goede manier voor patiënten om te werken aan een gezondere manier van leven. Maar er is niet altijd een programma nodig om mensen hun leefstijl te laten verbeteren. Een leefstijlgesprek kan ook al veel mensen hiertoe aanzetten. Voor Mariëlle Ensink, POH-GGZ, is zo’n gesprek geen los moment of extra taak, maar een vast onderdeel van het begeleiden van haar patiënten: “Leefstijl is heel belangrijk in mijn werk. En ik denk dat we met het toepassen van meer leefstijlinterventies nog veel meer kunnen bereiken in de zorg.”
“Ik had er nooit echt bij stilgestaan dat ik leefstijlgesprekken toepas in mijn werk. Het hoort er voor mij gewoon bij”, vertelt Ensink vanuit haar woonkamer in Groenlo. In de negen jaar dat zij werkzaam is als POH-GGZ, is leefstijl altijd een vanzelfsprekend deel van haar werk geweest. Totdat ze een jaar geleden werd benaderd om te spreken in een webinar over leefstijlinterventies. “Mijn eerste reactie was: ‘Nee, ik ben daar absoluut niet het type voor!’”, zegt Ensink lachend. “Maar toen ze meer vertelden over het onderwerp, kon ik er eigenlijk niet meer onderuit. Ik vind het te belangrijk en was me er niet voldoende van bewust dat het nog niet de standaard was. En uiteindelijk vond ik het webinar ook heel erg leuk om aan mee te doen.”
Vanuit de huisarts
De mensen die Ensink behandelt, worden vanuit de huisarts naar haar doorverwezen. Meestal komt leefstijl in het eerste gesprek dat ze met haar patiënten voert meteen al aan bod. Ensink: “Bij een intake luister ik goed naar iemands verhaal. Dan probeer ik een beeld te krijgen van degene die tegenover mij zit, en samen met diegene de problemen in kaart te brengen. Hiervoor gebruik ik bijvoorbeeld het leefstijlroer of het spinnenweb volgens de principes van Positieve Gezondheid. En uiteindelijk gaat het, in combinatie met andere adviezen, wel altijd over leefstijl. En daar ga ik ook op door in volgende gesprekken.”
Ensink behandelt mensen met psychische klachten. En hoewel leefstijl vooral nog gezien wordt als iets fysieks, komt het thema bij al haar patiënten aan bod: “In mijn beleving gaan fysiek en mentaal altijd samen. Als iemand met mentale klachten bij mij komt, wil ik die persoon in beweging krijgen, soms ook letterlijk. Mede omdat het een positief effect heeft op het mentale welzijn.”
Als POH-GGZ heeft Ensink, vergeleken met andere zorgverleners, veel tijd om met patiënten te praten over leefstijl. Voor een huisarts is het soms moeilijker om daar tijd voor te maken, en ook de financiering kan in de weg zitten — voor het leefstijlgesprek bestaat geen aparte prestatiebeschrijving. Zou Ensink minder mensen hoeven te zien als de huisarts meer tijd zou kunnen besteden aan leefstijl? “Ik denk het eigenlijk niet. Maar ik denk ook dat daar per praktijk en populatie grote verschillen in zitten. Zelf merk ik dat de mensen waarmee ik werk wat meer tijd nodig hebben. Het is nooit één leefstijlgesprek, maar altijd meerdere gesprekken. Het zijn vaak kleine stapjes en ik blijf doorgaan en herhalen, herhalen, herhalen. Tot vervelens toe”, lacht ze. “Maar in de loop van de jaren heb ik wel gemerkt dat dat het allerbeste werkt.”
Het leefstijlgesprek financieren
Bekostiging is voor Ensink geen drempel. Anders dan bij veel andere medische professionals is een gesprek voeren voor haar altijd op dezelfde manier te declareren: “Vanuit mijn functie declareer ik gewoon een POH-GGZ-consult. Het vraagt niet om een andere manier van bekostigen of financieren. Ik heb een bepaalde hoeveelheid tijd waarin ik een gesprek mag voeren met mijn patiënt. Ik snap dat wanneer een huisarts maar tien minuten heeft, het allemaal een beetje krap wordt. Toch zie ik dat, wanneer iemand naar mij wordt doorverwezen, de huisarts negen van de tien keer toch al advies heeft gegeven over bijvoorbeeld slaap of genoeg bewegen.”
In sommige gevallen verwijst Ensink haar patiënten uiteindelijk door naar een GLI. Het leefstijlgesprek is in die gevallen een opstapje naar een leefstijlinterventie. Wel ziet Ensink dat het tijd kost om met de patiënt op dat punt te komen. “Soms denk ik in een eerste gesprek al: deze persoon zou ik door willen verwijzen naar zo’n GLI. Maar voor veel mensen is dat een hele grote stap. Eerst wil je aansluiting vinden en het vertrouwen van iemand winnen. Dat vind ik zelf ook heel belangrijk. Alles staat of valt met de behandelrelatie die je met iemand hebt. Als die relatie er niet is, neemt iemand ook niet snel iets van je aan.”
Als ze na een aantal gesprekken een GLI voorstelt, is er soms nog wat twijfel, maar vaak zijn patiënten uiteindelijk enthousiast. Ensink: “Als mensen er al een beetje mee bezig zijn, denken ze eerder: ‘Oké, ik krijg ondersteuning, een gesprek met de diëtist, ik word begeleid met meer bewegen, ik ga er toch maar eens over nadenken.’ En als we het over financiering hebben: iemand kan wel heel graag naar een diëtist willen, of naar een sportschool. Maar dat is natuurlijk niet voor iedereen mogelijk.”
Meer dan een gesprek
Toch is het slechts een klein deel van Ensinks patiënten dat uiteindelijk bij een GLI terechtkomt. Meestal lukt het haar om in een reeks gesprekken het gewenste resultaat te bereiken. Ze schakelt daarbij regelmatig hulp in. Soms vanuit de gemeente of haar eigen netwerk, soms vanuit het netwerk van de patiënt zelf. Met die combinatie ziet ze vaak dat het mensen uiteindelijk lukt om hun leefstijl aan te passen. En dat, zegt Ensink, is het allerbelangrijkste. “Het is natuurlijk veel meer dan een gesprek. Het gaat om een goede behandelrelatie en korte lijntjes. Wanneer je dat hebt bereikt, kan je volgens mij heel veel.”
Op de vraag of Ensink tips heeft om leefstijl structureel toe te passen, moet ze even nadenken. “Voor artsen vind ik dat moeilijk”, zegt ze na een korte stilte. “Die hebben waarschijnlijk weinig tijd. Misschien dat zij iets aan hun patiënten kunnen meegeven. Iets waar zij zelf vast meer informatie kunnen vinden. Daarmee kan je iemand al aanzetten tot het zetten van een eerste stap.” Als voorbeeld noemt ze het Very Brief Advice, waarmee zorgprofessionals in een halve minuut advies kunnen geven over stoppen met roken. Aan haar POH-GGZ-collega’s — die wel meer tijd hebben om het gesprek te voeren — geeft ze mee: “Observeer goed en herken de haakjes waar je mogelijkheden ziet om over leefstijl te beginnen. Ken je sociale kaart, zorg voor korte lijntjes en maak gebruik van het netwerk van de patiënt zelf. Begin met kleine stapjes en blijf herhalen.” Even pauzeert ze. “Advies over leefstijl heeft vaak meer uitleg nodig dan in één gesprek past. Voor mij is het dan ook niet echt een leefstijlgesprek. Het is gewoon een onderdeel van mijn werk.”
Wil je weten hoe je leefstijl laagdrempelig kunt toepassen in de praktijk? Of ben je benieuwd naar de bekostiging van leefstijlinterventies? Onze vernieuwde gidswebsite geeft een helder beeld van de routes die je kunt afleggen om tot structurele financiering te komen. Ook vind je er handige tips en informatie waarmee je zelf direct aan de slag kunt.