Leefstijl krijgt een steeds belangrijkere plek in de zorg. Toch ervaren veel zorgprofessionals dat het in de praktijk lastig blijft om leefstijl structureel te bespreken met cliënten. Ook voor leefstijlinterventie‑eigenaren is het vaak een uitdaging om hun interventies duurzaam te implementeren in de zorg. Hoewel er al veel mogelijkheden zijn zonder structurele bekostiging, vormt financiering in de praktijk nog regelmatig een knelpunt. Met de vernieuwde gidswebsite van de Coalitie Leefstijl in de Zorg bieden we informatie en concrete stappen voor zorgprofessionals en interventie-eigenaren over het proces richting (structurele) bekostiging, binnen en buiten de Zorgverzekeringswet.
In haar proefschrift onderzocht Myrthe van Schothorst de implementatie van meer aandacht voor leefstijl in de dagelijkse klinische behandeling binnen de ggz. Sinds 2020 werkt ze als onderzoeker bij GGz Centraal, waar ze haar promotieonderzoek uitvoerde naar Multi+, een organisatiebrede aanpak om leefstijl structureel onderdeel te maken van de behandeling. “Ik wilde mijn onderzoek graag doen in de dagelijkse zorgpraktijk, om de impact meteen te kunnen zien.”
Binnen GGz Centraal zijn er ongeveer 45 klinische afdelingen, met in totaal ruimte voor zo’n 800 cliënten. In 2013 startte de organisatie met het programma Multi, een voorloper van Multi+. Op een paar afdelingen kwam er expliciet meer aandacht voor leefstijl in de behandeling, die aanpak werd gevolgd en onderzocht. De effecten waren positief, vertelt Van Schothorst: “We zagen dat de kwaliteit van leven van veel mensen verbeterde. Daarnaast was er een afname in het medicatiegebruik, voelden cliënten zich beter en nam de lichamelijke gezondheid toe.”
Op basis daarvan besloot de organisatie de aanpak breder uit te rollen. Van Schothorst volgde dat proces met haar onderzoek. Samen met onderzoekers en zorgprofessionals werd uitgewerkt wat de belangrijkste elementen waren om leefstijl daadwerkelijk in de dagelijkse behandeling te integreren. Dat leidde tot de ontwikkeling van Multi+. Van Schothorst: “Multi+ bestaat uit tien kerncomponenten. Als je tot duurzame gedragsverandering wil komen, dan zijn dat belangrijke aspecten om je op te richten.” Die componenten gaan bijvoorbeeld over dagstructuur, slaap, gezonde voeding en beweging, maar ook over vaardigheidstraining, psycho-educatie en een voorbeeldrol voor medewerkers.
Verschillen tussen afdelingen
Bij een programma als Multi+ is het belangrijk om rekening te houden met de context waar het wordt toegepast. Er is dan ook geen vast stappenplan voor afdelingen om het programma te gaan gebruiken, vertelt Van Schothorst: “We hebben de kerncomponenten bewust vrij breed opgezet. Het is echt de bedoeling dat afdelingen en teams zelf nadenken over waar ze mee starten en op wat voor manier ze dat doen. Dat ze goed kijken naar wat past bij hun cliënten, en bij hun afdeling.”
Uit het onderzoek van Van Schothorst blijkt dat implementatie van leefstijl binnen de ggz tijd kost. “Hoeveel tijd precies, verschilt per afdeling en per team. Het hangt sterk samen met de organisatiecontext en de mate waarin leefstijl al is ingebed in beleid en praktijk.” Zo hadden sommige teams te maken met veel personeelsverloop of er speelden andere prioriteiten – zoals tijdens de COVID-19 pandemie – wat het moeilijker maakte om leefstijlactiviteiten, zoals samen bewegen, goed uit te voeren. Op andere afdelingen was er meer ruimte, waardoor er sneller stappen werden gezet. Wel leek er meer structurele aandacht voor leefstijl te zijn naarmate organisaties langer bezig waren met Multi+. Van Schothorst: “Leefstijl integreren in de dagelijkse behandeling is een traject van de lange adem. Dat heeft gewoon tijd nodig.” Die realiteit is belangrijk, benadrukt ze: “Je kunt niet op hele korte termijn verwachten dat een organisatie volledig is ingericht op een nieuwe manier van werken. Het vraagt om stapsgewijze ontwikkeling en borging.”
Leefstijl als verantwoordelijkheid
Van Schothorst zag de afgelopen jaren een duidelijke verschuiving: “In 2020, toen ik hier voor het eerst kwam, was het soms nog de vraag waar de verantwoordelijkheid voor leefstijl precies lag. Is dat bij de klinische ggz? Of ligt het bijvoorbeeld bij de huisarts, of bij het sociaal domein? Die vraag is steeds meer gegaan naar: leefstijl is ook onderdeel van onze behandeling, hoe gaan we dat in de praktijk toepassen?”
Van klinische zorg naar ambulante zorg
In de klinische zorg gaat het vaak om mensen met een complexe zorgvraag. Juist daarom is het belangrijk om goed aan te sluiten bij wat iemand op dat moment kan en wil, vertelt Van Schothorst. “Voor sommige cliënten kan het al moeilijk zijn om uit bed te komen, en deelname aan het dagprogramma kan dan een grote stap zijn.” Tegelijkertijd ziet ze in de klinische setting ook kansen voor leefstijlinterventies: “Er is vaak een duidelijke structuur en dagindeling, cliënten eten bijvoorbeeld intern en er is intensief contact met zorgprofessionals. Dat creëert ruimte om samen stap voor stap aan leefstijl te werken.”
Ook kan de overgang van klinische opname naar ambulante zorg een uitdaging zijn, zegt Van Schothorst: “Als mensen terug naar huis gaan en verminderde zorg krijgen, hebben ze vaak ondersteuning nodig om het vol te houden. Daar zijn samenwerkingen met de ambulante zorg of met het sociaal domein ook heel belangrijk.” Goede communicatie speelt daarin een grote rol: “Behandelaren moeten weten wat er tot nu toe is gedaan en welke doelen iemand heeft opgesteld. Dat moet op de agenda blijven staan, en het is belangrijk dat de cliënt er nog regelmatig met mensen over praat.”
Financiering en lange adem
Op het gebied van financiering kunnen er voor leefstijl(interventies) binnen de ggz extra drempels zijn: “Natuurlijk zijn er gecombineerde leefstijlinterventies (GLI’s) die vergoed worden vanuit het basispakket. Maar bij veel GLI’s is een ernstige psychische aandoening een contra-indicatie. Al die mensen die het juist zo hard nodig hebben, vallen dus buiten de boot. Daarom zijn we ook gestart met het GOAL-programma; een leefstijlprogramma gebaseerd op de huidige GLI’s dat meer ondersteuning biedt en wordt gegeven door experts met kennis over psychiatrische problemen. Daar zijn we nu mee aan het proefdraaien.”
Uiteindelijk zou een plek in het basispakket – of een andere structurele manier van bekostigen – volgens Van Schothorst wel bijdragen aan meer aandacht voor leefstijl binnen de ggz. “Leefstijl wordt soms nog als een ‘extra’ gezien. Ook omdat interventies afhankelijk kunnen zijn van tijdelijke subsidies of innovatiefondsen. Als dat wegvalt, kan aandacht voor leefstijl één van de eerste dingen zijn die verdwijnen.” Wel zegt ze dat realistische verwachtingen cruciaal zijn wanneer je het traject van financiering ingaat: “Als je van tevoren al meeneemt dat het een langere adem behoeft, dan heb je ook realistischere verwachtingen en lukt het waarschijnlijk ook beter.”
Klein beginnen
Aan organisaties die met leefstijl aan de slag willen, geeft Van Schothorst mee: “Klein starten kan heel goed. Kijk goed naar hoe het zorgproces nu is ingericht, en bedenk op wat voor manier leefstijl daarin kan worden geïntegreerd. Ook binnen de bestaande kaders; vragen naar de leefstijl van een cliënt kan bijvoorbeeld al een eerste stap zijn. En je hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden, de Coalitie Leefstijl in de Zorg heeft bijvoorbeeld heel veel middelen en handreikingen die je kunt gebruiken. Dat is denk ik ook vaak een valkuil: je kunt een nieuwe module maken, en die kan heel goed zijn, maar er zijn ook al heel veel bestaande modules. Dus gebruik die ook.”
Door leefstijl als onderwerp op de agenda te houden en het in de dagelijkse praktijk te integreren, wordt het vanzelf het nieuwe normaal, denkt Van Schothorst. “Bij GGz Centraal werken we in de behandeling ook gewoon aan leefstijl. Dat is niet extra, maar een vast onderdeel van onze zorg.”
Wil je weten hoe je leefstijl laagdrempelig kunt toepassen in de praktijk? Of ben je benieuwd naar de bekostiging van leefstijlinterventies? Onze vernieuwde gidswebsite geeft een helder beeld van de routes die je kunt afleggen om tot structurele financiering te komen. Ook vind je er handige tips en informatie waarmee je zelf direct aan de slag kunt.